Klassenjustitie in rechtshulpland: het bestond al lang en het bestaat nog steeds
- westerveld75
- Mar 28, 2021
- 4 min read
Het is grappig hoe actueel sommige kwesties blijven. Deze Opinie schreef ik in 2009 in het Nederlands Juristenblad.
“Op 9 juli 2008 laat hoofdagente Gabriëlle Cevat het leven door de kogels van een ‘malloot', die ze had willen aanspreken op zijn onverantwoorde rijgedrag. De zaak wekt grote maatschappelijk beroering en in de slipstream van de strafzaak ontstaat een ander, politiek relletje. De familie heeft namelijk een advocaat in de arm genomen om hen als nabestaanden bij te staan in alles wat er bij zo’n zaak als komt kijken: het gebruikmaken van spreekrecht, smartengeld vorderen et cetera. De rechtsbijstand is in zo’n geval kosteloos. Slachtoffers van ernstige misdrijven hoeven niet mee te betalen aan de kosten van rechtskundige bijstand ongeacht de hoogte van hun inkomen. Ook de eigen-bijdrage blijft in dergelijke zaken achterwege.
Voor de vergoeding aan de advocaat gaat de wet uit van een systeem van forfaitaire bedragen en er is een mogelijkheid in uiterst bewerkelijke zaken een extra vergoeding te vragen. En op dat onderdeel van de wet gaat het in deze zaak mis. Raadsman Korver zit op het moment dat de zaak gaat voorkomen al ver boven de forfaitaire norm, vraagt een extra vergoeding aan en krijgt van de Raad voor rechtsbijstand nul op het rekest. De Raad, die al geruime tijd de hete adem in zijn nek voelt om op de kleintjes te passen, motiveert zijn besluit met de mededeling dat hij verzoeken als deze ‘sinds de bezuinigingsoperatie van het kabinet altijd beleidsmatig zal afwijzen’. Daarmee zijn de rapen gaar. Korver spant een kort geding aan, de zaak haalt diverse media en de zaak leidt via dat bericht tot Kamervragen van onder meer Trots op Nederland. Hart van Nederland verwoordt het maatschappelijke ongenoegen misschien nog wel het treffendst: “Het is de wereld op zijn kop. De man die verdacht wordt van het doodschieten van hoofdagente Gabrielle Cevat, krijgt gratis rechtsbijstand. Maar de familie van het slachtoffer moet bijna alle advocatenkosten zelf betalen.”
De Raad (of misschien de Staatssecretaris) kiest ijlings eieren voor zijn geld. Het verzoek om extra uren wordt toegewezen en de Raad biedt de nabestaanden excuus aan voor de uiterst ongelukkige afhandeling. Voor de direct betrokkenen is de zaak daarmee afgedaan, maar daarbuiten wordt deze kwestie een breekijzer voor de verstening die er rond de extra-urenvergoeding is ontstaan. In de beantwoording van de Kamervragen schetst de Staatssecretaris de juridische context, het verloop van deze individuele zaak en het beleidsmatige vervolgtraject. Eén vraag laat zij evenwel liggen, terwijl die om meer dan één reden wel interessant is. Dit betreft de vraag of zij niet, mét kennelijk de vraagstelster, van mening is dat ‘zeker in deze specifieke zaak waar het gaat om een tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden doodgeschoten politieagente, de overheid ruimhartig en zonder voorbehoud in deze kosten dient te voorzien’. Het belangwekkende van die vraag zit op twee punten. Ten eerste valt op dat het pleidooi voor een ruimhartiger vergoeding nu eens niet komt van degenen die hier doorgaans vragen over stellen, zoals de SP of de PvdA. Ten tweede komt met die laatste vraag de suggestie boven de markt te hangen van een tweesporensysteem in de vergoeding voor rechtsbijstand, één voor ‘gewone’ slachtoffers en andere rechtzoekenden en één voor slachtoffers (of hun nabestaanden) die gewond of gesneuveld zijn in de uitoefening van een publieke functie. En dat is minder ongerijmd dan op het eerste gezicht misschien lijkt. Voor advocaten die werkzaam zijn in de wereld van de #gesubsidieerde #rechtsbijstand is zo’n tweesporensysteem allang een vaststaand feit. Asieladvocaten weten als geen ander dat hun collega’s van ‘het Bureau Landsadvocaat’ een veelvoud krijgen van waar zij aanspraak op kunnen maken. En datzelfde geldt voor het arbeidsrecht (grote-ondernemingsadvocaten) of rechtsgebieden waar het UWV, de fiscus of een gemeente een advocaat in de arm neemt. Sociale advocatuur is en blijft nu eenmaal een zaak van hard werken voor een relatief lage beloning, daar helpt geen lieve moeder aan.
Maar mevrouw Verdonk suggereert nog iets anders, of misschien suggereert zij het niet maar lees ik dit tussen de regels door. Er even gemakshalve van uitgaand, dat de agente inderdaad in the line of duty is doodgeschoten, had de familie dan niet meteen te horen moeten krijgen dat zij zich ‘natuurlijk’ en zonder enige beperking van de beste juridische bijstand zou mogen voorzien in alles wat er als gevolg van deze gebeurtenis op hun pad zou komen? In dat geval was de familie mogelijk óók bij mr. Korver uitgekomen, maar dan had deze zijn werkzaamheden betalend kunnen verrichten en was hij dus wél ‘ruimhartig en zonder voorbehoud’ voor zijn inzet beloond. Tegelijk is het, hoe zuur ook voor de familie Cevat, om een aantal redenen wel aardig dat de overheid die koninklijke weg niet heeft bewandeld. Want in dat geval was de problematiek van de extra-urenvergoeding nooit zo snel en zo prominent op de politieke agenda gekomen. En mevrouw Verdonk had haar politieke momentum gemist om op te bres te springen voor advocaten die onder het regime van de Wet op de rechtsbijstand rechtshulp verlenen.”
Comments